Roosendaal
Group
Top
Exultet-rollen
In Midden- en Zuid-Italië kende men in de Middeleeuwen de gewoonte om de tekst van het Exultet voor liturgisch gebruik op boekrollen te schrijven. Van deze Exultet-rollen zijn 28 exemplaren bewaard gebleven. De langste wordt in Pisa bewaard en heeft een lengte van negen meter. De boekrollen zijn doorgaans prachtig geïllustreerd met miniaturen, die een verbeelding van de tekst zijn, maar ook een indruk geven van de wijze waarop de boekrol gebruikt werd. Nadat de paaskaars door een subdiaken is aangestoken staat de diaken op de ambo te zingen voor de verzamelde clerus en het gelovige volk. Tijdens het zingen van het Exultet rolt hij de boekrol langzaam af en laat hij het gezongen gedeelte over de rand van de ambo naar beneden hangen, waar deze door een andere diaken weer wordt opgerold.

Catechetische functie
In de oudste boekrollen zijn de illustraties vooral bedoeld ter verfraaiing van een belangrijke liturgische tekst. Reeds in de elfde eeuw schijnt men op de gedachte gekomen te zijn om de beelden te gebruiken voor didactische en catechetische doeleinden. Dat lijkt een logische verklaring te zijn voor het feit dat tekst en illustraties in tegenovergestelde richting werden aangebracht. Terwijl de diaken de tekst zong konden de gelovigen onder aan de ambo via de beelden zien wat de diaken eigenlijk zong. Deze verklaring roept echter wel vragen op, omdat de beelden nogal klein zijn en niet goed zichtbaar geweest kunnen zijn voor grote groepen.
In 1999 zijn de 28 Italiaanse Exultet-rollen op Cd-rom uitgegeven, zodat zij tegenwoordig via computer en beamer heel goed catechetisch te gebruiken zijn. De moderne techniek maakt het de diaken mogelijk om zijn liturgische rol te combineren met zijn catechetische rol: wat hij in de Paasnacht op feestelijke wijze uitzingt kan hij op andere momenten via een vorm van beeldcatechese overbrengen. Of is het denkbaar dat het gezang van de diaken begeleid wordt door de projectie van de verklarende beelden? De beelden bij dit artikel komen uit de Exultet-rol (Troia 3), die in het kapittelarchief van Troia bewaard wordt. De rol werd in de 12e eeuw geschreven en is nu nog zes en een halve meter lang.














zien het volk een smal pad gaan door de golven heen, aangevoerd door twee figuren die achterom kijken naar het volk en met de hand de juiste richting aanwijzen. Dit vers legt een verbinding tussen het Joodse Paasfeest en het christelijke Pasen. In deze nacht zullen de dopelingen dezelfde doortocht door het water maken. Om de overige aanwezigen te herinneren aan hun eigen doop, vaak lang geleden, worden zij in de nacht met het pasgewijde doopwater besprenkeld.

Licht
De paasjubelzang is een loflied op het licht van de paaskaars, dat is gedeeld en doorgegeven en toch niet minder is geworden. Het was in de Middeleeuwen de gewoonte om de paaskaars op een standaard te plaatsen, die enorme afmetingen kon hebben. Daarom kan de paaskaars in het Exultet een vuurzuil (colonna) genoemd worden, die met haar licht de dopelingen van deze nacht verlicht en hen bevrijdt van de duisternis van de zonde. Deze vuurzuil symboliseert de opgestane Christus, het licht van de wereld, maar herinnert ook aan de vuurzuil uit het Exodusverhaal. Daar wordt verteld dat de Heer voor hen uitging: overdag in een wolkkolom en 's nachts in een vuurzuil om hun licht te zijn (Ex. 13, 21). Tot op de dag van vandaag wordt voor de pasgedoopten, kinderen of volwassenen, een doop-kaars aan de paaskaars aangestoken. In veel Nederlandse parochies is het ook gebruikelijk om bij een uitvaart het lichaam van de gestorvene te omringen met hetzelfde licht.

Dopelingen
De Paasnacht was in de eerste eeuwen van het christendom de nacht van de dopelingen. In het Exultet wordt gezongen over de nacht van hen, die in heel de wereld in Christus zijn gaan geloven en bevrijd worden van de duisternis van de zonde. Heel concreet worden zij in deze nacht opgenomen in de kerkgemeenschap, die ook wel de gemeenschap van de heiligen genoemd wordt.

















Christus
Wanneer de diaken voor de vierde keer 'Dit is de nacht' zingt, bereiken we een hoogtepunt in de paasjubelzang. Nu wordt uitgezongen wat de diepste grond is voor onze vreugde: Christus is afgedaald in het rijk van de dood, heeft de boeien van de dood losgemaakt en is als overwinnaar uit de onderwereld opgestegen. Deze plastische beelden zijn allemaal terug te vinden in de klassieke Anastasis-ikoon, waarop Adam en Eva door de Opgestane bij de pols worden genomen om hen te doen opstaan.

















Psalm 139: ´Voor U heerst in het duister geen duister: lichtend is de nacht als de dag, de duisternis is gelijk licht.´ (v. 12).
De kerkvaders betrokken dit vers in de eerste plaats op Christus: hij heeft de duisternis van het graf en de dood overwonnen en is over-gegaan naar het licht van het nieuwe leven. Augustinus betrekt dit Bijbelcitaat echter op de existentiële situatie van de gelovige: de nacht van zijn levensangst wordt door Christus verlicht. Het liturgische spel in de Paasnacht van het aanreiken van het licht en het delen met elkaar wil ons in dit geloof en vertrouwen sterken.
               
Fons Litjens, diaken bisdom Haarlem-Amsterdam

Exultet. Testo e immagine nei rotoli liturgici dell´ Italia meridionale, Università di Cassino, 1999 (Cd-rom).
Te bestellen via www.unilibro.it

Het is de taak van de diaken om in de Paasnacht, nadat de paaskaars is aangestoken, de paasjubelzang, het Exultet te zingen. Deze traditie bestond reeds in de vierde eeuw in Noord-Italië, waar elk jaar een diaken de opdracht kreeg om een lied te schrijven en dat ook zelf in de Paasnacht te zingen. We weten dit dankzij een brief van Hieronymus uit het jaar 384, waarin deze het verzoek van de diaken Praesidius uit Piacenza om voor hem een loflied te schrijven afwijst. Hieronymus schijnt overigens een gespannen verhouding met diakens gehad te hebben.
Waarom is het al eeuwen de taak van de diaken om de paasjubelzang te zingen? De diaken speelt in de liturgie de rol van de heraut, de boodschapper van het goede nieuws. Het is de rol die de engel heeft in het verhaal van het bezoek van de drie vrouwen aan het graf van Jezus. De diaken zal zijn liturgische rol als zanger van de jubelzang echter moeten combineren met zijn catechetische rol. De grote daden van God, die hij uitzingt, zullen in de catechese moeten worden toegelicht en verbonden met het dagelijks leven van de gelovigen. De ervaring leert dat dezen zich afvragen wat er nu eigenlijk met Pasen gevierd wordt en wat dat met hen te maken heeft. Bovendien is de taal van de jubelzang niet onmiddellijk toegankelijk.
De catechetische rol van de diaken in de Paasnacht
De diaken en de paasjubelzang
Water
Tot vijf keer toe zingt de diaken 'Dit is de nacht' (Haec nox est); elke frase raakt aan een belangrijk Paasthema. Het eerste vers herinnert ons eraan dat dit de nacht is waarin God de kinderen van Israël droog-voets door de Rode Zee liet gaan, nadat zij bevrijd waren uit Egypte; dit is de nacht van de uittocht en de doortocht. In de Exultet-rol uit Troia wordt deze doortocht prachtig verbeeld. We
In de Troia-rol wordt dit vers op een mooie symbolische wijze verbeeld. We zien een dyna-mische engel bezig om twee mensen, die in een donkere grot neerzitten, naar buiten te leiden, naar het licht. Daar staan drie heiligen te wachten; op een wat statische wijze vertegenwoor-digen zij de geloofsgemeen-schap. Het wordt aan onze verbeelding overgelaten om ons af te vragen waarom die twee figuren daar in die donkere grot zitten en wat er met hen aan de hand is.
Ook in de Troia-rol wordt naar dit gebeuren verwezen: de Opgestane wijst met zijn rechterhand naar een donkere grot. De poorten van de onderwereld zijn uit hun hengsels gelicht en de scharnieren, sloten en sleutels hebben geen functie meer. Het is dezelfde donkere grot die we ook hierboven hebben gezien.

Nacht
De vijfde keer dat wordt verwoord wat wij deze Paasnacht vieren, is het thema de nacht zelf. Waarom vieren wij Pasen in de nacht? Waarom herdenken wij de opstanding van Christus in het donker? De dichter van het Exultet citeert hier
 
Exultet gezongen door diaken        Exultet tekst (Latijns en Engels)